De letterlijke betekenis van pyrografie is “schrijven met vuur”. Deze bewerking is al zo oud als de ontdekking van het vuur zelf. De verkoolde resten van vuurtjes hebben waarschijnlijk bij toeval afdrukken gemaakt op stukken steen, waarna de oermens dergelijke afdrukken met een vooropgezet doel is gaan maken. Dat zal puur functioneel zijn geweest: plaatsen markeren, achterlaten van boodschappen voor stamgenoten, etc. Niet veel later is men ook gaan brandschilderen vanwege de decoratieve mogelijkheden.

In Peru zijn gebrandschilderde afbeeldingen teruggevonden, die zo’n 3000 jaar geleden gemaakt zijn. Ook de Romeinen gebruikten deze bewerking, getuige de vondsten van gebrandschilderde afbeeldingen uit de 1e eeuw.
Tegenwoordig wordt vooral in landen waar veel hout aanwezig is de kunst van het pyrograferen beoefend. Amerika, Scandinavië, Oostenrijk, Duitsland en Australië kennen veel beoefenaars van pyrografie. In Nederland is de kunstvorm sinds enkele jaren aan een bescheiden, maar niet te stuiten opmars bezig.

De techniek van het brandschilderen komt feitelijk neer op het donkerder maken van hout door middel van hitte. De verkoolde tak uit de oudheid is inmiddels vervangen door een speciaal voor pyrografie ontwikkeld apparaat. Door de brandpunt korter of langer op één plaats te houden – dus door de hand langzamer of sneller te bewegen – wordt het hout meer of minder donker gekleurd. Kleur kan ook worden opgebouwd door de temperatuur van de brandpunt te verhogen. Een derde mogelijkheid is om meer kleur toe te voegen door steeds opnieuw dezelfde plaats op lage temperatuur te behandelen. Een fijn samenspel van handsnelheid, brandtemperatuur en aantal laagjes levert dan tenslotte het beoogde resultaat op.